Achter elke domeinnaam zitten DNS-records die zeggen waar de website, mail en andere diensten staan. Deze lookup vraagt publieke resolvers om de typen die je het vaakst nodig hebt.
| Type | Wat het bevat |
|---|---|
A, AAAA | De IPv4- en IPv6-adressen van het domein. |
CNAME | Een alias naar een andere naam. |
MX | De mailservers, met een prioriteit. Zie de MX-lookup. |
NS | De nameservers die voor het domein antwoorden. |
TXT | Vrije tekst, gebruikt voor SPF, DKIM, DMARC en domeinverificatie. |
SOA | De primaire nameserver, het contact en de timers van de zone. |
CAA | De certificaatautoriteiten die certificaten mogen uitgeven. |
De antwoorden komen van publieke resolvers, dus ze kunnen nog een oude waarde tonen totdat de TTL van het vorige record is verlopen. Zie hoe lang DNS-wijzigingen duren.
Om records te wijzigen, pas je ze aan in je DNS-zone. Met DNSense doe je dat voor elke provider in één tabel.

